« Alle nieuwsberichten

Wees voorbereid op CFC wetgeving vanaf 2019

Vanaf 2019 zal de Belgische vennootschapsbelasting gekenmerkt worden door een Controlled Foreign Corporation (“CFC”) wetgeving. Hierdoor zal de Belgische fiscus de mogelijkheid hebben om buitenlandse inkomsten die laag belast werden te onderwerpen aan de Belgische vennootschapsbelasting als aan de voorwaarden voldaan is. Waar gaat het over?

In tegenstelling tot vele andere landen, kende België nog geen CFC regels. Echter, door de omzetting van de EU Anti-Tax Avoidance Richtlijn (“ATAD”) in Belgische belastingwetgeving, zal dit vanaf 2019 veranderen.

In essentie en fel samengevat: het doel van CFC wetgeving is om belastingadministraties van moedervennootschappen toe te laten om laag belaste inkomsten van buitenlandse dochtervennootschappen en vaste inrichtingen van deze moedervennootschappen te onderwerpen aan de vennootschapsbelasting in het land waar de moedervennootschap gevestigd is, zelfs als de buitenlandse dochtervennootschappen geen dividend hebben uitgekeerd aan hun moedervennootschap. Daarom kan CFC aanzien worden als een soort van anti-misbruik bepaling.

De Belgische CFC wetgeving zal met name toepassing vinden als de volgende voorwaarden voldaan zijn:

  • Een Belgische moedervennootschap heeft een “artificiële structuur” buiten België. Dit komt neer op een buitenlandse bedrijfsstructuur met als hoofddoel het verkrijgen van belastingvoordelen. Dit is bvb. het geval wanneer activa en risico’s overgedragen worden naar het buitenland, maar waarbij de belangrijkste beslissingen m.b.t. die buitenlandse bedrijfsstructuur nog steeds in België genomen worden. M.a.w., buitenlandse bedrijfsstructuren die voldoende bekleed zijn met reële zakelijke motieven mogen niet bloot staan aan ongunstige effecten van deze CFC wetgeving, en;
  • De Belgische moedervennootschap houdt, alleen of samen met verbonden vennootschappen, (on)rechtstreeks minstens 50% van het aandelenkapitaal van de buitenlandse vennootschap aan of heeft minstens recht op 50% van de winst van deze vennootschap of kan meer dan 50% van de stemrechten van deze vennootschap uitoefenen, en;
  • De buitenlandse vennootschap of vaste inrichting is “laag belast”. Dit is het geval, wanneer de effectieve lokale vennootschapsbelastingschuld lager is dan 50% van het bedrag aan Belgische vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn als de buitenlandse vennootschap of vaste inrichting onderworpen zou zijn aan Belgische vennootschapsbelasting. Dit impliceert dat, om deze test na te gaan, de belastbare basis van de buitenlandse bedrijfsstructuur (her)berekend moet worden o.b.v. de Belgische belastingwetgeving. Ter illustratie: veronderstel dat de Belgische vennootschapsbelasting 25 is en de effectief verschuldigde buitenlandse belasting 10 is. Aangezien 10 lager is dan 12,5, zal de buitenlandse bedrijfsstructuur haar netto-inkomen toegevoegd worden aan de belastbare basis van de Belgische moedervennootschap als CFC inkomen.

Enkele andere relevante aandachtspunten kunnen als volgt worden samengevat:

  • Als de CFC regels van toepassing zijn, zal enkel de buitenlandse vennootschap of vaste inrichting haar netto-winst van het huidige boekjaar die gealloceerd kan worden aan kerntaken die uitgevoerd worden in België, toegevoegd worden aan de Belgische belastbare basis als CFC inkomen;
  • Als de CFC regels van toepassing zijn, kan de Belgische vennootschap geen buitenlandse vennootschapsbelasting, gedragen door de buitenlandse vennootschap of vaste inrichting, verrekenen met de verschuldigde Belgische vennootschapsbelasting op CFC inkomen;
  • Als de CFC regels van toepassing zijn en de buitenlandse vennootschap keert een dividend uit aan haar Belgische moedervennootschap in een volgend boekjaar, dan zal de Belgische moedervennootschap kunnen genieten van een “speciale 100% DBI-aftrek” om dubbele belasting in dat boekjaar te vermijden.

Aangezien CFC een totaal nieuw concept is in België, moeten Belgische vennootschappen deze nieuwe regels grondig onder de loep nemen om zo een juiste inschatting te kunnen maken van de eventuele impact van de CFC wetgeving op hun huidige juridische en operationele structuur. Belgische vennootschappen zullen immers enkel kunnen anticiperen op mogelijke ongunstige Belgische belastinggevolgen ten gevolge van de CFC wetgeving, als ze de nieuwe wetgeving duidelijk en volledig begrijpen.

Contacteer

Kurt De Haen

E: kurt.dehaen@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60

Wouter Brackx

E: wouter.brackx@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60