« Alle nieuwsberichten

Versoepeling voor btw-eenheid

De Belgische btw-administratie heeft recent haar standpunt verduidelijkt m.b.t. enkele bijzondere situaties inzake de btw-eenheid. Op bepaalde vlakken heeft ze ook haar standpunt duidelijk versoepeld. Hierna na bespreken we de meest relevante nuanceringen.

Vrijwillige ontbinding van de btw-eenheid

Een belastingplichtige die toetreedt tot een btw-eenheid, is volgens art 2 KB nr. 55 in principe verplicht om lid te blijven van deze btw-eenheid tot het einde van het derde kalenderjaar dat volgt op het tijdstip van toetreding.

Uit deze bepaling zou men kunnen afleiden dat de btw-eenheid niet binnen deze driejarige termijn kan worden ontbonden tenzij de basisvoorwaarden niet langer zijn vervuld. De btw-administratie heeft nu verduidelijkt dat een btw-eenheid binnen deze termijn wel degelijk vrijwillig ontbonden kan worden. Het is echter niet toegestaan dat een lid binnen deze termijn vrijwillig zou uittreden, terwijl de btw-eenheid blijft bestaan.

Economische verbondenheid

Het is volgens de btw-administratie slechts mogelijk om een btw-eenheid te vormen wanneer de voorwaarden inzake financiële, economische en organisatorische verbondenheid op het moment van de aanvraag effectief zijn vervuld. Daarom aanvaardde de btw-administratie tot nu toe niet dat de loutere bedoeling van een belastingplichtige om een gebouw in oprichting in de nabije toekomst te verhuren aan een andere belastingplichtige reeds volstond om de economische verbondenheid te bewijzen.

Dit standpunt wordt nu genuanceerd. De btw-administratie aanvaardt voortaan dat een belastingplichtige de economische verbondenheid kan aantonen o.b.v. de toekomstige verhuur van een gebouw, als dit gebouw op het moment van de vorming van de btw-eenheid nog in oprichting is. Daartoe moeten de volgende voorwaarden echter zijn vervuld:

  • De toekomstige verhuur moet zijn vastgelegd in een notariële akte;
  • De notariële akte moet de betrokken partijen en het betreffende onroerend goed duidelijk omschrijven;
  • Indien de oprichting van het gebouw nog moet starten, moet er reeds sprake zijn van een ontvankelijk en volledig verklaarde stedenbouwkundige vergunning;
  • De vorming van de btw-eenheid en de ingebruikneming van het gebouw moeten plaatsvinden in hetzelfde kalenderjaar.

Oprichting btw-eenheid na splitsing

Wanneer een vennootschap X wordt gesplitst in twee nieuwe vennootschappen (A en B), waarbij A een gebouw zal verhuren aan B, kan de aanvraag tot oprichting van een btw-eenheid tussen deze twee vennootschappen niet worden ingewilligd indien deze wordt ingediend vóór de splitsing, omdat er in principe niet voldaan is aan de economische verbondenheidsvoorwaarde.

Indien de splitsing en het afsluiten van de huurovereenkomst plaats vinden vóór de aanvraag tot oprichting van de btw-eenheid, kan deze verhuur wél worden gebruikt om de economische verbondenheid te bewijzen. Als A het gebouw echter verhuurt aan B met vrijstelling van btw, impliceert dit wel dat A in principe een btw-herziening moet verrichten. Om een belangrijke voorfinanciering in hoofde van A te vermijden aanvaardt de btw-administratie dat de btw-herziening in hoofde van A kan word uitgesteld tot de eerste btw-aangifte van de btw-eenheid, indien volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • De splitsing van de vennootschap en de inwerkingtreding van de huurovereenkomst gebeuren gelijktijdig;
  • Onverwijld na de splitsing (en het sluiten van de huurovereenkomst) wordt een geldige aanvraag tot oprichting van de btw-eenheid ingediend; en
  • De splitsing en de effectieve oprichting van de btw-eenheid vinden plaats in hetzelfde kalenderjaar.

Deze regels gelden ook in geval van een partiële splitsing van een vennootschap die vervolgens een btw-eenheid wil oprichten met de nieuw opgerichte vennootschap waarin de afgesplitste bedrijfstak werd ingebracht.

Verplichte uittreding bij insolvabiliteit

Volgens art 6 KB nr. 55 treedt een lid van rechtswege (i.e. automatisch) uit de btw-eenheid wanneer dat lid zich in een procedure van insolvabiliteit bevindt. De vertegenwoordiger van de btw-eenheid moet de btw-administratie hiervan binnen een termijn van 15 dagen na de uittreding via aangetekend schrijven op de hoogte brengen.

In haar Commentaar heeft de btw-administratie nu per procedure van insolvabiliteit verduidelijkt op welke datum de uittreding dan plaatsvindt:

  • Bij faillissement is dit op de datum van het vonnis van faillietverklaring;
  • Bij gerechtelijke reorganisatie (door collectief akkoord of overdracht onder gerechtelijk gezag) is dit op de datum van het vonnis over het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie waarbij de rechtbank de procedure voor geopend verklaart;
  • Bij collectieve schuldenregeling is dit op de datum van de beschikking van toelaatbaarheid bedoeld bij artikel 1675/6 van het Gerechtelijk Wetboek.

Deze automatische uittreding is echter niet van toepassing in geval van een vrijwillige ontbinding van een lid van de btw-eenheid.

Verdeelsleutel voor gemengde btw-eenheid bij toepassing van het werkelijk gebruik

In het verleden stelde de fiscus dat een gemengde belastingplichtige btw-eenheid die het werkelijk gebruik toepaste om haar recht op btw-aftrek te bepalen, geen gebruik kon maken van een verdeelsleutel gebaseerd op basis van het personeel of gepresteerde arbeidsuren.

De btw-administratie blijft dit standpunt hanteren, maar voorziet nu de mogelijkheid om dit toch toe te staan indien er geen betere verdeelsleutel bestaat. De toepassing van de verdeelsleutel op basis van het personeel of gepresteerde arbeidsuren moet wel worden aangevraagd via een gemotiveerd verzoekschrift.