« Alle nieuwsberichten

Verhoogd risico op personele vaste inrichting vanaf 2020

Vanaf 2020 is een nieuwe definitie van het begrip “personele vaste inrichting” in werking getreden. Deze definitie is veel ruimer dan de vorige om een maximum aantal gevallen als belastbare vaste inrichting in België te behandelen. In het bijzonder worden zogenaamde “principaal – commissionair” structuren geviseerd. Wat is er veranderd?

Indien een buitenlandse vennootschap een belastbare vaste inrichting (“VI”) heeft in België, is de nettowinst die toegekend kan worden aan die VI onderworpen aan 25% Belgische belasting voor niet-inwoners / vennootschappen. De buitenlandse vennootschap dient dan voorkoming te claimen in het land waarvan zij fiscaal inwoner is om op die manier dubbele belasting te minimaliseren.

Principaal – Commissionair structuur

Veel multinationale groepen werken op grensoverschrijdende basis via een zogenaamde “principaal – commissionair” structuur. Samengevat is een commissionair een commerciële tussenpersoon die in eigen naam handelt, maar voor rekening van een buitenlandse principaal (t.w. de opdrachtgever). Het is de principaal die het grootste deel van de opbrengst van een commerciële transactie verkrijgt (bvb. een verkoop van goederen aan klanten), terwijl de commissionair enkel recht heeft op een commissie op de totale transactiewaarde.

Bij het werken via een commissionair structuur rijst de hamvraag of een commissionair aanleiding geeft tot een belastbare VI in hoofde van de buitenlandse principaal. Samengevat, is dit over het algemeen niet het geval voor echte commissionairsstructuren die voldoende substantie hebben, aangezien de meeste belastingverdragen expliciet stellen dat een commissionair geen aanleiding geeft tot een VI in hoofde van de principaal in het land van de commissionair.

OESO BEPS Actie Plan viseert “artificiële ontwijking van een VI”

Een van de actiepunten van het OESO BEPS (Base Erosion Proft Shifting) Actieplan beoogt echter de bestrijding van de “artificiële ontwijking van een VI”. Daarbij wordt in het bijzonder de commissionairsstructuur met naam en toenaam genoemd. In principe, viseert de OESO gevallen waarbij commerciële contracten genegotieerd worden in België (door een Belgische commissionair) en louter in het buitenland formeel ondertekend worden (met nauwelijks wijzigingen … ) door de principaal.

Nieuwe “personele VI” definitie vanaf 2020

Naar aanleiding van dit BEPS Actieplan is de Belgische wetgeving al gewijzigd door de wet van 25 december 2017, zij het met inwerkingtreding vanaf 2020. De nieuwe personele PE definitie luidt als volgt:

  • De standaard regel is dat elke vertegenwoordiger of tussenpersoon die in België optreedt namens een buitenlandse principaal aanleiding geeft tot een belastbare VI, zelfs als die persoon niet bevoegd is om namens de buitenlandse principaal contracten af te sluiten;
  • Echter, er ontstaat vooralsnog geen belastbare VI in geval van een “onafhankelijke agent” die optreedt in het normale kader van zijn/haar werkzaamheid;
  • Niettegenstaande het voorgaande, een persoon die (bijna) uitsluitend optreedt voor één of meerdere vennootschappen waarmee hij nauw verbonden is, wordt dan weer niet geacht een onafhankelijke agent te zijn.
  • De volgende personen worden steeds geacht “nauw verbonden vennootschappen” te zijn:

o   Eén persoon heeft een (on)rechtstreekse deelneming van meer dan 50% in de andere persoon, of;

o   In het geval van een vennootschap, één persoon heeft meer dan 50% van de stemrechten en de waarde van de aandelen van de  vennootschap of van het uiteindelijk belang in het vermogen van de vennootschap, of ;

o   Zowel de principaal als de commissionair worden gecontroleerd door dezelfde persoon op basis van deze 50% test.

Voor een goed begrip: wanneer principaal en commissionair niet “nauw verbonden” zijn, betekent dit niet automatisch dat er geen belastbare VI is. Inderdaad, in een dergelijk geval moet de onafhankelijkheid beoordeeld worden op basis van factoren zoals de reikwijdte van de verplichtingen die hij heeft t.o.v. de buitenlandse vennootschap, de risico’s die hij draagt of de vrijheid die hij geniet bij uitoefening van zijn werkzaamheden.

Vergelijkbare persoonlijke VI-definitie in MLI en OESO modelverdrag

Bovendien moet aangestipt worden dat een vergelijkbare strikte personele VI definitie is opgenomen in zowel het OESO modelverdrag als het multilaterale instrument van de OESO (“MLI”). Het MLI komt ook voort uit het BEPS-rapport van de OESO. Het fundamentele doel is om meer dan 3.000 bestaande bilaterale belastingverdragen te wijzigen en/of aan te vullen door middel van één collectieve belastingovereenkomst, zijnde het MLI. Als gevolg hiervan hebben de lokale belastingautoriteiten nu veel meer flexibiliteit om “agressieve” grensoverschrijdende structuren aan te vechten, omdat er niet langer hoeft te worden onderhandeld over bilaterale belastingverdragen, wat vaak nogal tijdrovend blijkt te zijn.

Als gevolg van de uitgebreide personele VI definitie hebben veel buitenlandse vennootschappen een belastbare VI in België, terwijl Belgische principalen mogelijks een belastbare VI in het buitenland hebben. Daarom wordt het ten zeerste aanbevolen om bestaande grensoverschrijdende commerciële contracten, vooral tussen verbonden vennootschappen, zorgvuldig te herbekijken in het licht van deze nieuwe regels. Mogelijks zijn de vennootschapsbelasting compliance en de bijhorende belastingkost gewijzigd.

Contacteer

Kurt De Haen

E: kurt.dehaen@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60

Wouter Brackx

E: wouter.brackx@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60