« Alle nieuwsberichten

Update fiscale behandeling van voorzieningen voor risico’s en kosten

Vanaf 2018 zijn de voorwaarden opdat een voorziening voor risico’s en kosten fiscaal aftrekbaar is, veranderd. Ondertussen hebben ook zowel Belgische rechtspraak, de Belgische Minister van Financiën en de Commissie voor Boekhoudkundige Normen hun licht laten schijnen op deze materie. Hoog tijd voor een update!

Ter introductie: een “voorziening voor risico’s en kosten” komt neer op een loutere boekhoudkundige verwerking waarbij een toekomstige kost geanticipeerd wordt in een voorafgaand boekjaar. Meer bepaald, de toekomstige kost wordt opgenomen in de resultatenrekening van zo’n voorafgaand boekjaar door een getrouwe inschatting te maken van deze kost en door een voorziening voor risico’s en kosten te boeken. In de daaropvolgende jaren kan het volgende gebeuren:

  • Als de kost zich nooit werkelijk voordoet, wordt de voorziening teruggedraaid in boekhoudkundige opbrengst;
  • Als de kost zich wel voordoet, wordt deze op de balans geïmputeerd op de voorziening. Enkel het verschil tussen de werkelijke kost en de voorziening zal de resultatenrekening raken, ofwel als kost, ofwel als opbrengst.

Vanzelfsprekend is de hamvraag in hoeverre een boekhoudkundige voorziening voor risico’s en kosten fiscaal aftrekbaar is?

Nieuwe fiscale regels vanaf 2018

Vanaf 2018 zijn voorzieningen voor risico’s en kosten enkel fiscaal aftrekbaar als deze geboekt werden ten gevolge van een contractuele, wettelijke en/of reglementaire verplichting. Daaruit volgt dat het loutere feit dat de Belgische boekhoudwetgeving een vennootschap verplicht om een voorziening aan de leggen niet langer voldoende is om deze voorziening af te trekken voor Belgische vennootschapsbelastingdoeleinden. Ter illustratie: de volgende voorzieningen voor risico’s en kosten zullen naar alle waarschijnlijkheid fiscaal aftrekbaar zijn naar de toekomst toe:

  • Voorzieningen voor garantieverplichtingen zoals opgenomen in een contract;
  • Voorzieningen voor milieuverplichtingen bepaald volgens reglementaire bepalingen;
  • Voorzieningen voor ontslagkosten;
  •  Enz.

De nieuwe regels zijn niet van toepassing op voorzieningen die zijn aangelegd voorafgaand aan 2018, maar zijn wel van toepassing op toenames van bestaande boekhoudkundige voorzieningen vanaf 2018.

Wat als het netto fiscale resultaat lager is dan de terugname van de voorziening?

Op 21 februari 2018 heeft de Belgische Minister van Financiën geantwoord op een zeer interessante parlementaire vraag van senator Laaouej. Gelet op de daling van het tarief van Belgische vennootschapsbelasting van 33,99% (2017) naar 29,58% (2018-2019) en 25% (vanaf 2020), is het Belgisch fiscaal recht aangepast zodat voorzieningen voor risico’s en kosten die geboekt zijn vóór 2018, maar die vanaf 2018 tegen geboekt worden in opbrengst, nog steeds belastbaar zullen zijn aan het vennootschapsbelastingtarief van het boekjaar waarin deze werden aangelegd.

Stel dat in een gegeven boekjaar (zijnde 2018 ten vroegste) een voorziening van EUR 20.000 wordt teruggedraaid in BE GAAP opbrengst terwijl het netto-belastbaar resultaat (t.w. inclusief de boekhoudkundige tegenboeking van de voorziening) van dat boekjaar ofwel een belastbare winst van EUR 4.000, een fiscaal verlies van EUR 9.000 of een fiscaal verlies van EUR 48.000 is. Meer bepaald, heeft de Belgische Minister van Financiën bevestigd dat enkel in het geval van een netto belastbare winst van EUR 4.000 de vennootschap in kwestie effectief onderworpen moet zijn aan vennootschapsbelasting in België aan het standaard vennootschapsbelastingtarief van dat boekjaar, t.w. waarschijnlijk 29,58% of 25% hoewel de voorziening in mindering werd gebracht aan 33,99% in een voorgaand boekjaar.

Wat als de voorziening geboekt is na balansdatum?

Op 14 november 2018 heeft het Hof van Beroep van Bergen geoordeeld dat een voorziening voor risico’s en kosten die geboekt is na balansdatum van de betrokken vennootschap niet fiscaal aftrekbaar is. Het hoofdargument van de rechter was dat niet voldaan was aan het zogenaamd annualiteitsbeginsel. Volgens dit beginsel moeten opbrengsten en kosten toegerekend worden aan het boekjaar waartoe ze intrinsiek behoren.

De beslissing van het Hof is in lijn met het standpunt van het advies van de Belgische Commissie voor Boekhoudkundige Normen 2018/08 van 9 mei 2018. De essentie van dit advies is als volgt:

  • Als een risico op balansdatum bestaat, maar enkel gekend is door het management van de vennootschap tussen de balansdatum en het moment van finaliseren van de BE GAAP jaarrekening, kan een voorziening voor risico’s en kosten nog steeds opgenomen worden voor dat bepaald boekjaar;
  • Als een risico op balansdatum nog niet bestaat, kan geen voorziening voor risico’s en kosten opgenomen worden voor dat bepaald boekjaar. Als de gebeurtenis na balansdatum die aanleiding geeft tot het risico een impact heeft op het getrouw beeld van de BE GAAP jaarrekening, moet het expliciet vermeld worden in de toelichting van de BE GAAP jaarrekening.

Belgische vennootschappen en vaste inrichtingen moeten met de nodige aandacht de oprechte zakelijke motieven van de verschillende BE GAAP voorzieningen die ze hebben aangelegd vanaf 2018 nagaan. Inderdaad, de nieuwe Belgische belastingregels zullen er naar alle waarschijnlijkheid voor zorgen dat de belastingcontroleurs de fiscale aftrekbaarheid van boekhoudkundige voorzieningen meer in detail zullen onderzoeken dan wat vroeger het geval was. Onnodig te vermelden dat robuuste en kwalitatieve documentatie van primordiaal belang is om de relevantie en het zakelijk karakter van de boekhoudkundige voorzieningen te bewijzen.

Contacteer

Kurt De Haen

E: kurt.dehaen@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60

Wouter Brackx

E: wouter.brackx@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60