« Alle nieuwsberichten

Nieuwe Vlaamse erfbelasting gelet op nieuw Belgisch erfrecht

Overeenkomstig de Wet van 31 juli 2017 is het Belgisch erfrecht grondig bijgespijkerd. De nieuwe regels vinden toepassing op nalatenschappen die openvallen vanaf 1 september 2018. Het Vlaamse, Waalse en Brusselse Gewest hebben elk hun eigen regelgeving op het stuk van erfbelasting. Bij Decreet van 6 juli 2018 heeft het Vlaamse Gewest zijn wetgeving inzake erfbelasting aangepast gelet op het nieuwe erfrecht. Hierna belichten wij de belangrijkste wetswijzigingen op het vlak van Vlaamse erfbelasting.

Naar onze mening zijn in het bijzonder de volgende topics relevant omdat zij uitwerking zullen hebben op een maximaal aantal nalatenschappen waarbij de overleden persoon reeds 5 jaar in het Vlaamse Gewest woonde voorafgaand aan zijn of haar overlijden:

Het opvolgend vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot

Om het één en ander te kaderen, nemen wij het voorbeeld van een getrouwd koppel waarbij één echtgenoot voorheen een goed heeft geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik. Voorafgaand aan de nieuwe erfrechtwetgeving ging dit vruchtgebruik bij overlijden van de schenker over op de blote eigenaar (die vaak een kind van de schenker is) die aldus de volle eigendom van het goed verwerft. Echter, het nieuwe erfrecht ziet dit anders en verleent een “opvolgend vruchtgebruik” aan de langstlevende echtgenoot wanneer de volgende 2 voorwaarden nagekomen zijn: (i) de langstlevende echtgenoot was reeds met de overledene getrouwd wanneer deze de eerdere schenking deed en (ii) de overledene was nog steeds vruchtgebruiker op datum van zijn overlijden.

Volledigheidshalve willen we erop wijzen dat deze regels ook gelden voor personen die wettelijk samenwonen, weliswaar enkel m.b.t. hun gezinswoning en de huisraad. Merk op dat geen Vlaamse erfbelasting verschuldigd is m.b.t. de gezinswoning voor zowel gehuwden als wettelijk samenwonenden.

Welnu, het Decreet van 6 juli 2018 bevestigt uitdrukkelijk dat Vlaamse erfbelasting verschuldigd is over het opvolgend vruchtgebruik dat de langstlevende echtgenoot zal verwerven als gevolg van het nieuwe erfrecht in België. Vlaamse erfbelasting is evenwel vooralsnog niet verschuldigd wanneer:

  • De langstlevende echtgenoot verzaakt aan het opvolgend vruchtgebruik, of;
  • Het onderliggende goed de gezinswoning is.

Extra vrijstelling van Vlaamse erfbelasting voor langstlevende echtgenoot

Voortaan is de langstlevende echtgenoot gerechtigd op een extra bedrag dat is vrijgesteld van Vlaamse erfbelasting, bovenop de bestaande vrijstelling die geldt voor de gezinswoning. Concreet: wanneer de langstlevende echtgenoot roerende goederen (bvb. aandelen of juwelen, enz.) erft, is een bedrag tot maximaal EUR 50.000 vrijgesteld van erfbelasting.

Deze vrijstelling is wel enkel van toepassing wanneer de standaard tarieven aan Vlaamse erfbelasting anders verschuldigd zouden zijn. Ter illustratie: wanneer de langstlevende echtgenoot bvb. (de aandelen van) een familiale onderneming erft, zijn speciale tarieven van Vlaamse erfbelasting aan zet en dus kan de voornoemde vrijstelling niet geclaimd worden.

Verlaagde tarieven van Vlaamse erfbelasting

De tarieven van Vlaamse erfbelasting worden veralgemeend verlaagd als volgt:

  • Momenteel varieert de laagste schijf van belastbare basis van EUR 0,01 – EUR 75.000 en is deze onderworpen aan de volgende tarieven van Vlaamse erfbelasting: 30% (tussen broers en zussen) en 45% (tussen derden). Voortaan wordt die laagste schijf evenwel verder opgedeeld in 2 nieuwe schijven (t.w. EUR 0,01 – EUR 35.000 en EUR 35.001 – EUR 75.000) terwijl de toepasbare tarieven aan Vlaamse erfbelasting de volgende zullen zijn: resp. 25% – 30% (tussen broers en zussen) en 25% – 45% (tussen derden);
  • Het maximum tarief van Vlaamse erfbelasting (wat wordt losgelaten op een belastbare basis vanaf EUR 75.001) van 65% wordt afgeschaft en vervangen door 55% (tussen broers en zussen) en 55% (tussen derden);
  • De (nieuwe) Vlaamse erfbelastingtarieven kunnen als volgt worden samengevat:
Rechte lijn / partner Broer / zus Anderen
EUR 0,01 –
EUR 50.000
3% EUR 0,01 –

EUR 35.000

25% EUR 0,01 –

EUR 35.000

25%
EUR 50.000,01 –
EUR 250.000
9% EUR 35.000,01 –

EUR 75.000

30% EUR 35.000,01 –

EUR 75.000

45%
> EUR 250.000 27% > EUR 75.000 55% > EUR 75.000 55%

Impact van een overlijden op een eerdere schenking onder opschortende voorwaarde

Onderstel dat een persoon voorheen een schenking van roerende goederen heeft gedaan onder opschortende voorwaarde waarbij deze voorwaarde geacht wordt te zijn ingevuld bij overlijden van de schenker. Sedert 2005 is het de visie van het Vlaamse Gewest dat zulke schenking als een “fictief legaat” aan te merken is met als gevolg dat geen Vlaamse schenkingsrechten, maar wel Vlaamse erfbelasting verschuldigd is.

Echter, ingevolge het Decreet van 6 juli 2018 is het nu duidelijk dat n.a.v. het overlijden van de schenker geen Vlaamse erfbelasting te betalen is, maar wel Vlaamse schenkingsrechten. Deze regel viseert in het bijzonder situaties waarbij de overleden persoon een eerdere schenking onder voorbehoud van vruchtgebruik heeft gedaan, maar meteen ook een begunstigde heeft aangeduid die het vruchtgebruik zal overnemen bij overlijden van de schenker (en waarbij deze begunstigde zulke voorwaardelijke schenking ook heeft aanvaard).

Wat indien een “oude schenking” wordt vermeld in een familiepact?

Het nieuwe erfrecht laat toe een zgn. erfovereenkomst of “familiepact” af te sluiten. Dit betekent dat een persoon de mogelijkheid heeft om een overeenkomst te sluiten met de begunstigden van zijn of haar erfenis voorafgaand aan het overlijden van deze persoon. Ter illustratie: ouders hebben nu de flexibiliteit om bij leven een familiepact aan te gaan met hun verschillende kinderen waarin bvb. de waarde van een specifieke schenking aan één specifiek (klein)kind kan gedefinieerd en overeengekomen worden door alle partijen. Het spreekt voor zich dat alle kinderen het familiepact zullen moeten ondertekenen en dat het pact duidelijk moet vermelden waarom de erfenis op die specifieke wijze verdeeld wordt onder de begunstigden in kwestie. Samengevat: het is de bedoeling dat het familiepact leidt tot een “eerlijke en evenwichtige behandeling” van alle erfgenamen bij ondertekening van het pact. Gelet op het belang van zo een familiepact moet het voor een notaris verleden worden.

Aldus rijst de vraag wat er gebeurt wanneer een eerdere schenking die niet onderworpen was aan schenkingsrechten (bvb. een handgift) nu ineens uitdrukkelijk in het familiepact opgenomen wordt? Conform het Decreet van 6 juli 2018 zijn de gevolgen als volgt:

  • De loutere vermelding van een “oude schenking” in het familiepact geeft geen aanleiding tot Vlaamse schenkingsrechten als in de erfovereenkomst ook uitdrukkelijk de “oude datum” van de eerdere schenking wordt vermeld;
  • De familieleden kunnen er evenwel vooralsnog voor kiezen om de “oude schenking” aan schenkingsrechten te onderwerpen middels het familiepact. Een goede reden zou kunnen zijn om geen toepassing van erfbelasting te hebben wanneer de schenker overlijdt binnen de 3 jaar na schenking. Het familiepact moet alsdan wel specifieke bewoordingen bevatten om tot dit gewenst resultaat te kunnen komen.

Wat bij “doorgeefschenking” na erfenis ?

Het gebeurt regelmatig dat de begunstigde van een nalatenschap de (roerende of onroerende) goederen in kwestie “onmiddellijk” doorschenkt aan een volgende generatie. Welnu, wanneer diverse voorwaarden worden nageleefd, is de volgende behandeling op het vlak van schenkingsrechten aan zet:

  • Er zijn geen Vlaamse schenkingsrechten verschuldigd over de schenking, weliswaar enkel over het bedrag van de bruto-waarde van de activa dat reeds het voorwerp was van Vlaamse erfbelasting. M.a.w., het positieve verschil tussen die bruto-waarde en de eerdere lagere belastbare basis in de Vlaamse erfbelasting is bij schenking onderworpen aan schenkingsrechten;
  • Bovendien en losstaand van de voorgaande regel, de vrijstelling van Vlaamse schenkingsrechten is beperkt tot het bedrag aan Vlaamse erfbelasting dat reeds betaald is.

Het Decreet van 6 juli 2018 heeft een aantal regels ingevoerd tot versoepeling van de Vlaamse erfbelasting. Echter, zowel het Belgisch erfrecht als de Vlaamse erfbelasting worden beide traditioneel gekenmerkt door diverse formele voorwaarden die nauwgezet na te leven zijn. Daarom worden belastingplichtigen sterk aangemoedigd om de (interactie tussen beide) nieuwe spelregels grondig te begrijpen en extra aandacht te besteden aan een zorgvuldige uitvoering ervan.

Contacteer

Kurt De Haen

E: kurt.dehaen@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60

Wouter Brackx

E: wouter.brackx@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60