« Alle nieuwsberichten

Impact van de nieuwe statutaire zetelleer op het Belgisch belastingrecht

Vanaf mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden, weliswaar met een overgangsperiode tot 31 december 2023. Eén van de meest fundamentele nieuwe regels van het vennootschapsrecht is de invoering van de “statutaire zetelleer” die de bestaande “werkelijke zetelleer” vervangt. Wat zijn de belangrijkste fiscale en boekhoudkundige gevolgen?

Fel samengevat: overeenkomstig de “werkelijke zetelleer” wordt een vennootschap beheerst door het recht van het land waar die vennootschap haar “belangrijkste zetel van werkelijke leiding” heeft, ongeacht haar land van oprichting. Omgekeerd: overeenkomstig de “statutaire zetelleer” wordt een vennootschap beheerst door het recht van haar land van oprichting en dit recht wordt doorgaans uitdrukkelijk vermeld in de oprichtingsakte en de statuten van die vennootschap. In dit laatste geval doet het land van werkelijke leiding van de vennootschap er niet toe.

De voornaamste redenen waarom de Belgische overheid de beslissing heeft genomen om over te stappen van werkelijke naar statutaire zetelleer zijn als volgt samen te vatten:

  • België aantrekkelijker maken als investeringsland omdat de statutaire zetelleer meer flexibiliteit biedt;
  • Men wil zgn. forum shopping ontmoedigen aangezien de betrokken vennootschap in elk geval onderworpen blijft aan het vennootschapsrecht van haar land van oprichting;
  • Het minimaliseren van compliance conflicten met het EU recht, aangezien de werkelijke zetelleer in sommige gevallen het recht van vrij verkeer van personen schond.

Dit brengt ons naadloos tot de vraag welke impact de introductie van de statutaire zetelleer heeft op het Belgisch belastingrecht?

Om te beginnen brengen we ter zake in herinnering dat de Belgische wetgever heeft benadrukt dat de aanpassing van het vennootschapsrecht fiscale neutraliteit beoogt. Desalniettemin zijn de voornaamste gevolgen op fiscaal vlak als volgt samen te vatten:

  • Een vennootschap kwalificeert als een “inwoner van België” voor fiscale doeleinden wanneer zij haar zetel van werkelijke leiding in België heeft, ongeacht het land van oprichting. Om extra in de verf te zetten dat de statutaire zetelleer niet doorwerkt voor fiscale doeleinden worden alle verwijzingen in het fiscaal recht naar de term “maatschappelijke zetel” verwijderd;
  • Daarom kunnen zich de volgende situaties voordoen:

o Een vennootschap kan worden opgericht naar Belgisch recht, maar toch niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting in België als zou blijken dat zij wordt beheerd en gecontroleerd vanuit het buitenland;

o Een vennootschap kan worden opgericht naar buitenlands vennootschapsrecht, maar toch onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting in België als zou blijken dat zij wordt beheerd en gecontroleerd vanuit België.

  • In het licht van het voorgaande is een nieuw weerlegbaar wettelijk vermoeden toegevoegd aan het Belgisch belastingrecht: een vennootschap wordt geacht onderworpen te zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting wanneer zij is opgericht naar Belgisch vennootschapsrecht, tenzij die vennootschap aantoont dat zij werkelijk wordt geleid in het buitenland en dat zij tevens onderworpen is aan de vennootschapsbelasting in het buitenland conform zowel het lokaal intern recht als het desbetreffende dubbelbelastingverdrag;
  • Zulke nieuwe benadering van het begrip “fiscaal inwoner” van België of elders slaat meteen een bruggetje naar de vraag welke boekhoudwetgeving aan zet is in hoofde van die betrokken vennootschap, in het bijzonder wanneer zij naar buitenlands vennootschapsrecht is opgericht, maar werkelijk geleid wordt vanuit België? Zeer wellicht zal die vennootschap de boekhoudwetgeving van haar land van oprichting moeten naleven. Anderzijds is een vennootschap onderworpen aan Belgische vennootschapsbelasting belastbaar op haar wereldwijde netto-inkomsten met het BE GAAP resultaat als startpunt. Daarom is de Belgische fiscale wetgeving aangepast zodanig dat een vennootschap die (ongeacht haar statutaire zetel) onderworpen is aan Belgische vennootschapsbelasting of een Belgische vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap, verplicht is een boekhoudsysteem, inventarislijst en een jaarrekening te hebben die gelijkaardig moet zijn aan wat verwacht wordt van een “Belgisch lichaam” wat naar zijn juridische aard het beste aansluit met de buitenlandse vennootschap of vaste inrichting;
  • Opdat een reorganisatie (bv. fusie, splitsing, inbreng, enz.) belastingvrij kan voltrokken worden, is het niet meer vereist dat de transactie wordt uitgevoerd bij correcte toepassing van het vennootschapsrecht;
  • Tevens zijn er een aantal bijzondere bepalingen m.b.t. fiscaal transparante entiteiten geïntroduceerd aangezien de fiscale transparantie of niet voor Belgische fiscale doeleinden voortaan ook sterk zal beïnvloed worden door het buitenlands vennootschapsrecht.

Vennootschappen die actief zijn in België moeten zich bewust zijn dat er voortaan een groot intrinsiek verschil is tussen de toepasbare vennootschapsrechtelijke regelgeving (t.w. de statutaire zetelleer) en deze op fiscaal vlak (t.w. de werkelijke leiding en controle–test). Deze vennootschappen moeten er met name op toezien dat zij beide wetgevingen correct toepassen gelet op de nieuwe hybride aanpak.