« Alle nieuwsberichten

Fiscus kan de aanslag geheime commissielonen maar op één belastingplichtige toepassen

Op 22 mei 2018 heeft het Antwerpse Hof van Beroep beslist dat als de Belgische fiscus er niet in slaagt een vennootschap te belasten op een geheim commissieloon, de fiscus achteraf geen aanslag geheime commissielonen kan vestigen op de bestuurder van de vennootschap. Wat maakte het verschil?

Een “geheim commissieloon” is een beroepsinkomen dat niet gerapporteerd is op een inkomstenfiche (bvb. een loonfiche) door de schuldenaar van het inkomen. Meer bepaald is de aanslag geheime commissielonen een vlak vennootschapsbelastingtarief dat als volgt wordt berekend:

  • Een tarief van 103% is van toepassing als de genieter een natuurlijk persoon is;
  • Een tarief van 51,5% is van toepassing als de genieter een vennootschap is.

Merk op dat de belastbare basis van een geheim commissieloon niet kan weggestreept worden met fiscale verliezen of andere tax assets en bijgevolg dus altijd aanleiding geeft tot een effectieve cash-out belastingkost. Vanaf 1 januari 2020 zal de aanslag geheime commissieloon op zich ook niet langer aftrekbaar zijn.

2 uitzonderingsregels

Echter, er zijn 2 situaties waarin de aanslag geheime commissielonen niet van toepassing is:

  • De belastingplichtige bewijst dat de genieter het inkomen heeft aangegeven in een aangifte in de inkomstenbelasting in België of in het buitenland, of;
  • De aanslag geheime commissielonen is niet van toepassing als de genieter van de beroepsinkomsten ondubbelzinnig binnen 2,5 jaar wordt geïdentificeerd te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar waarin het geheime commissieloon betaald werd. Voor Belgische personenbelasting doeleinden is het aanslagjaar het kalenderjaar volgend op het inkomstenjaar (wat ook een kalenderjaar is). Aangezien de standaard wettelijke verjaringstermijn verstrijkt na 3 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar, is het doel van de nieuwe regel duidelijk: een dergelijke identificatie stelt de Belgische fiscus in staat om alsnog de genieter te belasten. Voor Belgische vennootschapsbelasting doeleinden is het aanslagjaar het kalenderjaar volgend op een boekjaar als dit een kalenderjaar is. Echter, als de afsluitdatum van een vennootschap niet op 31 december valt, is het aanslagjaar het kalenderjaar waarin de afsluitdatum valt.

Procedure van “hertaxatie” versus “subsidiaire aanslag”

Als de Belgische fiscus een fout maakt bij het vestigen van de aanslag waardoor het aanslagbiljet wordt vernietigd, heeft de Belgische fiscus nog 2 mogelijkheden om alsnog een aanslag te vestigen, tenzij de aanslag is vernietigd wegens het overschrijden van de verjaringstermijn:

  • Een “hertaxatie” is mogelijk als de aanslag vernietigd is door een beslissing van de adviseur generaal;
  • Een “subsidiaire aanslag” is mogelijk als de aanslag vernietigd is door een beslissing van een rechtbank of hof.

In beide gevallen moet de nieuwe aanslag dan wel gevestigd worden in hoofde van “dezelfde belastingplichtige” of een “persoon die gelijkgesteld wordt aan” de voornoemde belastingplichtige, wat ook diens zijn vennootschap kan zijn.

Arrest Antwerps Hof van Beroep van 22 mei 2018

De feiten die werden voorgelegd aan het Hof waren als volgt: BelCo financierde verbouwingen aan de privéwoning van de BelCo bestuurder. Aangezien BelCo geen belastbaar voordeel van alle aard (“VAA”) heeft gerapporteerd op de loonfiche van de bestuurder, wou de Belgische fiscus BelCo belasten met een aanslag geheime commissielonen van 103% op het niet gerapporteerde VAA. Echter, tijdens de fiscale procedure bleek dat de gehele identiteit van de bestuurder was meegedeeld aan de Belgische fiscus binnen de hierboven vermelde 2,5 jaar termijn. Bijgevolg had de Belgische fiscus geen wettelijke basis om de aanslag geheime commissielonen van 103% toe te passen op BelCo.

Daarom was de Belgische fiscus van plan om een subsidiaire aanslag (in de personenbelasting) te vestigen in hoofde van de bestuurder op hetzelfde VAA. Het Antwerpse Hof ging hier evenwel niet mee akkoord en concludeerde dat in dit specifieke geval de “bestuurder” en zijn “vennootschap” niet als gelijkgestelde persoon beschouwd kunnen worden voor doeleinden van de subsidiaire aanslag. Samengevat, komt dit doordat de subsidiaire aanslag vooral gericht is op “vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid”.

De aanslag geheime commissielonen is vaak een delicaat discussiepunt bij belastingcontrole. Dit arrest beperkt duidelijk de flexibiliteit van de Belgische fiscus bij het toepassen van de aanslag geheime commissielonen op verschillende belastingplichtigen die bij éénzelfde transactie betrokken zijn. Het kan daarom een nuttig element zijn om te bepalen hoe men moet omgaan met dit (meestal eerder significant) fiscaal risico in een bepaalde context en feitelijke situatie.

Contacteer

Kurt De Haen

E: kurt.dehaen@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60

Wouter Brackx

E: wouter.brackx@pkf-vmb.be
T: +32 (0)2 460 09 60